Volleybaloefeningen voor de techniek bovenhands / set-up / spelverdelen
Om ervoor te zorgen dat spelers leren in een ritme te spelen moet de bal steeds 2 seconde onderweg zijn (21 - 22).
- Alle spelers gaan tegelijkertijd synchroon proberen te spelen.
- Dit begint met beide bovenhands.
- Volgende vorm is dat de speler in het achterveld onderhands gaat spelen en de speler aan het net bovenhands.
- Zo kan die verder worden uitgebreid.
Het belangrijkste is dat de spelers de bal 2 tellen onderweg laten zijn.
Verdeel spelers in tweetallen met net ertussen en per tweetal een bal:
1. eerst bovenhands overgooien en vangen (20x). Daarna stuiteren onder het net door (20x)
2. Speler 1 gooit, 2 speelt bovenhands terug. Rent vervolgens naar achterlijn om deze aan te tikken en krijgt weer een bal. 15x dan wisselen.
3. Speler 1 gooit een bal vanaf 2 meter lijn, speler 2 staat klaar bij het net om te blokken. Na blok sprinten naar achterlijn om deze aan te tikken. 15x daarna wisselen.
4. Speler 1 (staat nu voor het net) gooit een bal naar speler 2 op achterlijn. Speler op achterlijn past onderhands terug, rent naar het net, tikt deze aan en rent terug naar achterlijn. 15x daarna wisselen.
5. tenslotte samen overspelen.
- 3-tallen
- 1 bij het net
- andere 2 aan 2 kanten achterin het veld
- B gooit bal op A
- B onder het net door
- A speelt de bal ONDERHANDS naar C
- C speelt de bal ONDERHANDS naar B
- B vangt de bal
- B gooit de bal naar C
- B onder het net door
- C over het net naar A
- Speler A gooit/slaat de bal richting speler C.
- Speler C passt de bal naar speler B.
- Speler B zet de bal op.
- Speler C valt aan.
Doel: 3e bal proberen te aan te vallen/spelen op de matten (rechtdoor of diagonaal).
Na elke bal een plaats schuiven in eigen groepje.
Uitbreiding: Bij voldoende spelers zou men er ook voor kunnen kiezen om een blok te plaatsen.
Verdelen over 3m lijn. Bal zigzag overgooien en nalopen. Zie afbeelding.
Later onderhands spelen, alleen bovenhands. Ene kant van het net onderhands, andere kant bovenhands.
Zie afbeelding. Om en om bal gooien. Na het gooien achterlijn aantikken en weer naar zelfde plaats.
Gooien goed? Dan alles onderhands. Later alles bovenhands.
Het doel van de kern is, dat de spelers de bal bovenhands ver kunnen spelen
- De spelers staan in tweetallen tegenover elkaar en spelen bovenhands
- Handen goed boven het hoofd, vanuit de benen, lichaam strekken en bal nawijzen
- De spelers gaan steeds verder uit elkaar staan.
- Daarna vormen we twee rijtjes schuin over het veld en we spelen BH, achter je bal aan
- T gooit bal naar rijtje passers
- Pass naar SV op 2/3
- SV geeft een goede set up op 52 (buiten)
- Aanvaller speelt BH naar hoepel op positie 1
- Daarna naar hoepel op positie 5
Als het goed gaat een wedstrijdje ervan maken, elke keer als je een hoepel raakt, 1 punt
Het doel van de kern is, dat de spelers de bal bovenhands ver kunnen spelen
- De spelers staan in tweetallen tegenover elkaar en spelen bovenhands
- Handen goed boven het hoofd, vanuit de benen, lichaam strekken en bal nawijzen
- De spelers gaan steeds verder uit elkaar staan.
- Daarna vormen we twee rijtjes schuin over het veld en we spelen BH, achter je bal aan
- 3 tallen 1 bal.
- A en B staan bij het net en C staat tegenover A op de achterlijn.
- A speelt bal naar C, C speelt BH diagonaal naar B
- Ondertussen verplaatst A zich tegenover B en dan speelt A de bal BH naar C.
- Na 20 x passen doordraaien
- De spelers staan in twee rijtjes achter elkaar aan beide zijden van het net opgesteld.
- De voorste twee spelers spelen de bal bovenhands over het net, waarbij ze de bal boven hun hoofd moeten spelen.
- Ze schuiven op naar de volgende lijn, spelen weer bovenhands en verplaatsen zich al spelend langs het net.
- Daarna volgende twee, enz
- Daarna maken ze twee rijtjes in het midden van het net, spelen bovenhands en maken daarna in het midden een bloksprong, sluiten weer achteraan aan, enz
- Daarna bovenhands en een bloksprong op de buiten
- eerste de techniek uitleggen (hartvorm, 10 vingers de bal spelen)
- 2 tallen alleen maar bh overspelen beginnen met vangen gooien.
- langzaam uitbreiden naar kort contact
- afstand niet te groot en concentratie.
- let erg op vingers in hartvorm en met 10 vingers spelen
- gaat om succes ervaring,
3 tallen A B C
- A speelt BH naar B
- B speelt BH achterwaarts naar C
- bij achterwaarts staan de ellebogen wel naar buiten
- C speelt BH naar B
- c moet goed vanuit de knieen spelen en uitstrekken
- na 10x 1 plek doordraaien
- Besteed veel aandacht aan de volgende accenten:
- Let op bij spelen dat speler geheel uitstrekt en bal 'achterna' wijst.
- En bij speler die achterover speelt de ellebogen goed UIT elkaar doet en ook goed uitstrekt naar achteren